De lat

Daar stond ik dan als kersverse docent in de ontwerpstudio’s, met als enige didactische bagage mijn eigen ervaring als student.

Toen ik door de studio’s liep, zag ik vooral incomplete groepjes rond tafels hangen. Er werd een beetje gesurft en gechat.
‘Waarom zijn jullie nog niet begonnen?’, vroeg ik met milde verbazing.
‘Ja, een van onze groepsgenootjes is er nog niet en hij heeft de foto’s die we gisteren hebben genomen, dus we kunnen niet verder.’
‘Heb je hem al gebeld?’ ‘Eh, nee. We hebben zijn nummer niet.’
‘Zit hier misschien iemand in de studio die z’n nummer heeft?’
‘Eh, ja. Hij.’
‘Oké. Misschien dat je even zijn nummer kunt vragen?’

Ze waren lamlendig en ze waren niet de enigen. Als dit zo doorging, leerden die studenten niks en zou dat hele onderwijs geven me behoorlijk op mijn zenuwen gaan werken. Dus besloot ik het roer om te gooien.

Als dit zo doorging, zou dat hele onderwijs geven behoorlijk op mijn zenuwen gaan werken

Ik ben door de jaren heen weggelopen uit besprekingen, omdat studenten niks hadden voorbereid. Ik heb eindpresentaties afgekapt, omdat ze over de afgesproken tijd heen gingen. Ik heb tegen studenten gezegd dat ze medestudenten die de groep hinderden, door afwezigheid of doordat ze geen bijdrage leverden, twee keer aan mochten spreken op hun gedrag en daarna naar mij toe moesten sturen, waarna ik ze uit het vak zette. Ik heb studenten verbluft een eerste bespreking uit zien lopen, omdat mijn collega en ik het hele ingeleverde werk van voor tot achter hadden doorgezaagd.

Je kunt studenten hun eigen weg laten zoeken, ze eigenaar laten zijn van hun eigen leertraject en met ze werken aan hun competentieprofiel. Dat kun je allemaal doen en dat moet je vast allemaal doen, maar er moet ook gewoon ergens een lat liggen. Een uitdaging. Dan gaan ze de tijd investeren die ervoor staat en dat is het begin van alles. Dan gaat het de rest van het vak waar het over moet gaan: over de inhoud.

Meneer, het is heel goed dat u een beetje een klootzak bent

Na de eindpresentaties van dat allereerste vak dat ik gaf, legde ik aan de studenten uit dat ik ze uitdaagde, omdat ik wilde dat ze uit zichzelf haalden wat erin zat. Na afloop kwam een van de studenten naar me toe:
‘Meneer, het is heel goed dat u een beetje een klootzak bent, dat hebben we wel nodig, maar het was wel beter geweest als u dit aan het begin van het vak had verteld. Dan snappen we tenminste waarom u het doet.’

Dus dat doe ik nu. Ik vertel ze dat ik veel van ze vraag, maar dat als zij moeite doen, ik moeite doe. Dat ik er veel begrip voor heb als ze iets niet snappen, maar nul als ze iets niet doen. Dat was iets wat ik van mijn studenten moest leren: dat het goed is om die lat hoog te leggen, maar dat studenten ook het gevoel moeten hebben dat er iemand achter ze staat die ze kunnen vertrouwen en die, als het moet, ze helpt om over hordes heen te komen.

Deze column verscheen in De Ingenieur nummer 3, jaargang 128, maart 2016