Olieboer

Ik heb wel wat met Shell. Misschien is het dat ik chauvinistisch ben aangelegd en dat ik het maar wat mooi vind dat een van de grootste bedrijven ter wereld deels Nederlands is, maar ik sta dus net wat vaker te tanken bij Shell dan bij andere olieboeren. Of: stond.

Want de laatste tijd wordt dat vage positieve gevoel over Shell overstemd door het feit dat Shell zich heeft teruggetransformeerd tot een vrij puur oliebedrijf. Tot 2009 afficheerde Shell zich als energieleverancier. In 2001 stak Shell een miljard (toen nog gulden) in duurzame energie. Maar dat nam af. En in 2009 zeiden ze weer gewoon: wij zijn olieboeren. Shell’s duurzaamheidsbeleid gaat nauwelijks verder dan het beperken van CO2-uitstoot. En ze doen iets aan alternatieve energie. Let wel, niet duurzaam of hernieuwbaar, maar alternatief. Als in: alternatief voor olie. Daaronder vallen dus ook aardgas, schaliegas, boren op de Noordpool en biobrandstoffen. Op Shell’s website staat onder ‘de toekomst van energie’ ook een kopje ‘wind’. Daar staan acht windmolenparken in Noord Amerika en twee in Europa. Wow.

Ik snap dat we de komende jaren nog afhankelijk gaan zijn van olie en gas. Maar ik vind het een deprimerend idee dat een van de grootste oliebedrijven ter wereld nul ambitie heeft om mede-ontwikkelaar te zijn van de radicaal nieuwe technologieën die we nodig gaan hebben om de CO2 emissies echt hard omlaag te brengen. Shell zegt op haar website: “Shell is betrokken bij de maatschappij waarin het onderneemt.” Ik zie alleen maar een bedrijf dat profiteert van de maatschappij waarin het onderneemt, zonder echte ambitie om mee te werken aan een schonere toekomst. Tenminste, niet als dat geld kost. Shell draaide 354 miljard euro omzet in 2013. Stel je voor dat het daarvan jaarlijks 2% in de ontwikkeling van nieuwe duurzame technologieën zou steken: 7 miljard. Dan kun je mooie dingen doen. En nog wat verdienen ook.

Ik presenteerde onlangs de opening van het academisch jaar van de TU Delft. 1400 eerstejaars bachelor- en masterstudenten kregen een visie te horen die ging over een betere, duurzame toekomst. Studenten werden opgeroepen daar een bijdrage aan te leveren. Ik zie het ook op mijn faculteit, Industrieel Ontwerpen: studenten willen iets doen dat een positieve impact heeft op de maatschappij. Het ambitieniveau is ongelooflijk hoog en de sfeer positief. Ik denk dat van deze generatie studenten een stuk kleiner deel zal kiezen voor een olieboer zonder enige duurzame ambitie. De carrièretijgers, tuurlijk, die gaan wel. Maar de creatieve geesten? Ik denk het niet. Een energieleverancier die uit pragmatische overwegingen in de olie actief is maar wiens ambities groter zijn? Daar zie ik ze nog wel voor kiezen.

Ik heb altijd geleerd: als je geen onderdeel bent van de oplossing, ben je onderdeel van het probleem. Voorlopig heeft Shell geen andere ambities dan onderdeel te zijn van het probleem.