Parkeerkaart

Voor bezoek dat bij ons in de buurt wil parkeren hebben we een gastenkaart, zo’n ouderwets kartonnetje met een draaischijf. Elk jaar heeft ‘ie een andere kleur – dit jaar is ‘ie roze – zodat parkeerwachten gelijk zien of het ding nog geldig is. Simpel en effectief. Maar het kartonnetje gaat verdwijnen ten faveure van een website en een account en een parkeerkrediet. Natuurlijk benadrukt de gemeente hoeveel gebruiksvriendelijker het gaat worden. Je kunt voortaan meerdere mensen tegelijk laten komen, je gasten hoeven niet meer elke vier uur naar de auto te lopen. Lang leve de digitalisering dus.

Enige is dat ik eigenlijk prima tevreden ben met mijn ‘ouderwetse’ parkeerkaart. Ik hoef niet per se elke keer als ik iets moet regelen in mijn computer of tablet te duiken. Soms is het prettiger om iets nu eens niet in de digitale werkelijkheid te regelen, maar in de werkelijke werkelijkheid. Ontwerpbureau edenspiekerman heeft, om de bezettingsgraad in treinwagons te visualiseren, een led-strip voor boven het perron ontwikkeld. Er waren ook plannen om dat via een app te doen. Ja, goedkoper, maar wat een armetierige interactie was dat geweest. Het perron oplopen om vervolgens niet om je heen te kijken maar (weer) in je smartphone te duiken. Dat is benauwend. Alsof je door een pvc-pijpje naar de wereld kijkt. De oplossing van edenspiekerman voegt informatie toe aan de fysieke wereld in plaats van digitaal en fysiek te scheiden.

Die nieuwe digitale parkeerkaart komt er natuurlijk, want zo krijgt de gemeente inzicht in parkeergedrag. En er hoeven niet meer elk jaar van die schijfjes te worden gedrukt en uitgedeeld, dus een bezuiniging. Tenminste, dat zou kunnen. Want digitale diensten hebben een paar haken en ogen ten opzichte van fysieke oplossingen.

Een gedigitaliseerde dienst zal nieuwe verwachtingen met zich meebrengen. Vond iedereen het vroeger best logisch dat je als je voor negen uur in de trein stapte, de hele reis zonder korting aflegde, met de OV-chipkaart vragen mensen zich af waarom het systeem niet gewoon kan uitrekenen welk gedeelte van hun reis na negen uur wordt afgelegd en ze dus korting hebben. Want ja, nu het dan toch digitaal is, reken het dan ook maar even uit, toch?

Daarnaast verandert ook het platform waarop de software of app draait voortdurend. Lanceerde je drie jaar geleden een website dan is er een dikke kans dat die zich nog niet aanpast aan het kleinere scherm van mobieltjes. Met zo’n niet-‘responsive’ website kun je nu eigenlijk niet meer aankomen. Het ecosysteem van digitale diensten verandert voortdurend. En stevig. In de fysieke wereld gaat dat minder snel. Brievenbussen worden niet ineens allemaal de helft kleiner en maximumsnelheden worden niet verdubbeld.

Een product of dienst digitaliseren betekent dat je vanaf dat moment volcontinu aan het herontwerpen bent. Dat maakt van digitalisering bovenal een verandering, niet per se een bezuiniging en pas als je het goed doet een verbetering. Dus als je het niet goed kunt doen, kun je het misschien beter even parkeren.

Column voor De Ingenieur nummer 8, jaargang 126, augustus 2014.