Staatssteun

De voorzitter van de pilotenvakbond VNV was pislink, omdat koning Willem-Alexander niet met ‘De Koninklijke’, maar met Emirates terugvloog uit Australië.

Logisch, want Air France­-KLM en andere Europese maatschappijen zijn verwikkeld in een keihard gevecht met zogeheten ‘luxecarriers’ uit het ­Midden-Oosten. Die krijgen naar verluid zo’n veertig miljard euro aan staatssteun, wat ze in staat stelt te vliegen met de modernste en bijzonder luxe toestellen.

Het is een herkenbaar patroon. De Koreaanse industrie is groot geworden door innige samenwerking tussen de overheid en enorme technologieconglomeraten als Hyundai, Samsung en LG. En momenteel overspoelen Chinese fabrikanten van zonnepanelen en staal de Europese markt, iets wat op z’n minst is afgestemd met de Chinese regering.

Zet daar de Nederlandse overheid tegenover. Kopschuw ­geworden door het falen om bedreigde sectoren als de scheepsbouw (RDM) en vliegtuigindustrie (Fokker) overeind te houden kiezen we hier voor tough love. Een extreem open markt en weinig steun van de overheid moeten zorgen voor een gezond bedrijfsleven dat de internationale concurrentie aankan.

De overheid is kopschuw geworden door het falen om bedreigde sectoren als scheepsbouw (RDM) en vliegtuigindustrie (Fokker) overeind te houden

En dat is een verstandig uitgangspunt. Binnen Europa werkt dat prima, omdat de EU ervoor waakt dat ­iedereen zich aan – min of meer – dezelfde spelregels houdt.

Maar ondertussen gooien overheden in het Midden-Oosten en Azië er miljarden tegenaan om industrieën te ontwikkelen. Ga dan als Europees bedrijf maar eens de concurrentie aan.

Als Chinese bedrijven aan de lopende band Europese bedrijven opkopen en je denkt de klassieke tegenzet te doen – het bedrijf aanvallen op z’n thuismarkt – dan blijkt dat je als Europees bedrijf in China hoogstens een joint ­venture mag beginnen waarbij je al je technologische kennis overdraagt aan de Chinese partner, die je er vervolgens na een paar jaar uittrapt.

En Nederland doet natuurlijk ook heus wel iets om haar ­industrie te steunen. Meer geld naar wetenschappelijk ­onderzoek? Nee. Scherp zijn op buitenlandse bedrijven die producten dumpen? Welnee. Wij benoemen Nationale ­Iconen. Bedrijven of technologieën krijgen een minister of staats­secretaris als ambassadeur. Zo moet de ontwikkeling van de kwantumcomputer worden versneld doordat Henk Kamp zijn naam eraan heeft verbonden.

 Zo moet de ontwikkeling van de kwantumcomputer worden versnel doordat Henk Kamp zijn naam eraan heeft verbonden

Ik hoef geen overheid die zegt wat de industrie moet doen of die sectoren overeind houdt die eigenlijk geen toekomst hebben in Nederland. Maar ik wil wel een overheid die zorgt dat onze industrie een eerlijke kans heeft. Een overheid die niet tegen de tijd dat het KLM en Schiphol net zo is vergaan als fabrikanten van zonnecellen zegt: ‘Ja, we hadden eigenlijk in moeten grijpen, maar daar is het nu te laat voor.’

Ik ben niet voor protectionisme en staatssteun, maar ik ben er al helemaal niet voor om onze industrie het slachtoffer te laten worden van andermans protectionisme en staatssteun. Laten we eerlijk zijn, met alleen Henk Kamp, daar win je de handelsoorlog niet mee.

Deze column verscheen in het tijdschrift De Ingenieur (nummer 12, 2016)