De bijna-zelfrijdende auto

Doe mij zo’n zelfrijdende auto. Dat ik tijd in de auto niet nuttig kan besteden – door wat te werken op de computer, berichtjes te sturen of het nieuws te lezen – is voor mij een reden om zeker op langere ritten de trein te pakken, hoewel de reis dan langer duurt.

Dus laat maar komen die zelfrijdende auto, dan is loze tijd geen loze tijd meer. Het probleem is wel dat we eerst langs de bijna-zelfrijdende auto moeten. In de ontwikkeling van de zelfrijdende auto worden meestal vijf fasen onderscheiden, waarbij volledig autonoom rijden fase 5 is.

In fase 3 en 4 – de komende vijf tot tien jaar – kan de auto op sommige stukken al helemaal zelf rijden, alleen moet de mens ingrijpen als de machine er niet meer uitkomt.

Maar ik lees dus nergens terug of ik in die fase 3 en 4 – als de auto zelf rijdt – mijn krantje mag gaan lezen. Het nachtmerrie-scenario is denk ik dat die auto wel zelf rijdt, maar dat je niks anders mag doen, omdat je wettelijk gezien nog steeds verantwoordelijk bent en moet ingrijpen als het misgaat. Dat je letterlijk met je armen over elkaar kunt gaan zitten. Dodelijk omdat je in een situatie van onderstimulans komt en minder alert bent als je wel zou moeten ingrijpen.

Piloten van verkeersvliegtuigen trainen stevig op de overgang van automatische piloot naar een plotselinge crisis die ingrijpen vereist.

Maar goed, voorgaande is niet het echte probleem, want niemand gaat niks doen.

Natuurlijk niet. Als je einde-lijk een zelfrijdende auto hebt, ga je toch niet zitten kijken hoe die rijdt? Ja misschien de eerste week. Daarna maak je in de auto je dubbele latte macchiato, smeer je een croissantje en bereid je je presentatie voor. Dat hou je niet tegen. Mensen zitten nu al in de auto te app’en, terwijl ze moeten sturen. Kun je nagaan hoe dat gaat worden als die auto zichzelf wel rijdt.

Om succesvol te zijn, moeten innovaties alle betrokken partijen – van fabrikant tot gebruiker – voordeel bieden. Een zelfrijdende auto waarin je als ‘bestuurder’ actief toezicht moet houden, biedt wel een voordeel aan fabrikanten (omzet) en overheden (intensiever gebruik wegennet), maar niet aan de gebruiker. Dus die gaat dat voordeel opeisen en gewoon lekker app’en en werken in de auto en dan krijgen we ongelukken. Tenzij we nu ingrijpen, maar dat gaat niet automatisch.

Column uit de serie ‘Hoe moeilijk kan het zijn?’, verscheen op 19 september 2015 in De Volkskrant.

Delen: